De Schriften
Studiemiddelen
|
Zoeken
|
Opties
|
Gemarkeerd
|
Help
|
Nederlands
Cebuano
Dansk
Deutsch
English
Español
Suomi
Français
Magyar
Bahasa Indonesia
Italiano
日本語
한국어
Nederlands
Norsk
Português
Svenska
Tagalog
ภาษาไทย
Faka-Tonga
繁體中文
LDS.org
►
Evangeliebiliotheek
►
De Schriften
►
Het Boek van Mormon
►
Woorden van Mormon
►
1
Zoeken op:
Zoeken
Verberg voetnoten
Afdrukken
< Vorige
Volgende >
DE WOORDEN VAN MORMON
8 En mijn
a
gebed
tot God betreft mijn broeders, dat zij opnieuw tot de kennis van God, ja, van de verlossing door Christus zullen komen; dat zij opnieuw een
b
aangenaam
volk zullen zijn.
Voetnoten
8
a
2 Ne. 33:3–4
.
3 Maar ik, Nephi, heb geschreven wat ik heb geschreven, en ik acht het van grote
a
waarde
, en in het bijzonder voor mijn volk. Want des daags
b
bid
ik onophoudelijk voor hen, en des nachts bevochtigen mijn ogen mijn kussen wegens hen; en ik roep mijn God in geloof aan, en ik weet dat Hij mijn smeekbede zal horen.
Enos 1:11–12
.
11 En nadat ik, Enos, deze woorden had gehoord, begon mijn geloof onwrikbaar te worden in de Heer; en ik bad tot Hem en streed lang en menigmaal voor mijn broeders, de Lamanieten.
b
2 Ne. 30:6
.
6 En dan zullen zij zich verheugen; want zij zullen weten dat het voor hen een zegen uit de hand van God is; en de schellen van duisternis zullen hun van de ogen beginnen te vallen; en er zullen niet vele geslachten onder hen voorbijgaan, vooraleer zij een rein en
a
aangenaam
volk zijn.
De officiële Schriften van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen
© 2010 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.
Informatie over rechten en gebruik
.
Privacybeleid
.
< Vorige
Volgende >