De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK OMNI
  25 En het geschiedde dat ik oud begon te worden; en omdat ik geen nageslacht heb en weet dat koning aBenjamin een rechtvaardig man is voor het aangezicht des Heren, daarom zal ik deze platen aan hem boverdragen, alle mensen aansporende om tot God, de Heilige Israëls, te komen, en te geloven in profetie en in openbaringen en in de bediening van engelen en in de gave van het spreken in talen en in de gave van het uitleggen van talen en in alle dingen die cgoed zijn; want er is niets dat goed is of het komt van de Heer; en dat wat kwaad is, komt van de duivel.

Voetnoten
25a
WvM. 1:17–18.
  17 want zie, koning Benjamin was een aheilig man, en hij regeerde over zijn volk in rechtvaardigheid; en er waren vele heilige mannen in het land, en zij verkondigden het woord Gods met bkracht en met gezag; en zij gebruikten veel cscherpe taal wegens de halsstarrigheid van het volk —
Mos. 29:13.
  13 Welnu, indien het mogelijk was dat gij arechtvaardige mannen als koning hadt, die de wetten van God bekrachtigden en dit volk bestuurden volgens zijn geboden, ja, indien gij mannen als koning kondt hebben die deden zoals mijn vader bBenjamin voor dit volk deed — ik zeg u, indien dat altijd het geval kon zijn, dan zou het raadzaam zijn dat gij altijd een koning hadt om over u te heersen.
b
WvM. 1:10.
  10 Welnu, het geschiedde, nadat Amaleki deze platen aan koning Benjamin had aoverhandigd, dat hij ze nam en bij de bandere platen legde die kronieken bevatten die van geslacht op geslacht door de ckoningen waren doorgegeven tot de dagen van koning Benjamin.
c
Alma 5:40.
  40 Want ik zeg u dat al het agoede van God komt, en al het kwade komt van de duivel.
Ether 4:12.
  12 En alles wat de mensen ertoe beweegt het goede te doen, komt van Mij; want het agoede komt van niemand anders dan van Mij. Ik ben het die de mensen tot al het goede leidt; hij die mijn woorden bniet gelooft, zal Mij niet geloven: dat Ik ben; en hij die Mij niet gelooft, gelooft de Vader niet die Mij gezonden heeft. Want zie, Ik ben de Vader, Ik ben het clicht en het dleven en de waarheid der wereld.
Mro. 7:15–17.
  15 Want zie, mijn broeders, het is u gegeven te aoordelen, zodat gij goed van kwaad kunt onderscheiden; en opdat gij het met volmaakte kennis zult weten, is de wijze van oordelen even duidelijk als het verschil tussen het daglicht en de donkere nacht.