De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK OMNI
  12 Zie, ik ben Amaleki, de zoon van Abinadom. Zie, ik wil u het een en ander zeggen over Mosiah, die tot koning over het land Zarahemla werd uitgeroepen; want zie, de Heer waarschuwde hem dat hij uit het land aNephi moest vluchten, en allen die naar de stem des Heren wilden luisteren, moesten eveneens met hem uit het land bwegtrekken, de wildernis in —

Voetnoten
12a
2 Ne. 5:6–9.
  6 Daarom geschiedde het dat ik, Nephi, mijn gezin meenam, en ook aZoram en zijn gezin, en Sam, mijn oudere broeder, en zijn gezin, en Jakob en Jozef, mijn jongere broeders, en ook mijn zusters en allen die met mij mee wilden gaan. En allen die met mij mee wilden gaan, waren zij die geloofden in de bwaarschuwingen en openbaringen van God; daarom luisterden zij naar mijn woorden.
b
Jakob 3:4.
  4 En de tijd komt spoedig dat zij, tenzij gij u bekeert, uw erfland zullen bezitten, en dat de Here God de rechtvaardigen uit uw midden zal awegvoeren.