De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken     Volgende >
HET BOEK MOSIAH
Dit beslaat de hoofdstukken 9 tot en met 22.
HOOFDSTUK 9
  1 Ik, Zeniff, die in alle taal der Nephieten was onderwezen en kennis had verkregen van het aland Nephi, ofwel het eerste erfland van onze vaderen, en als verspieder werd uitgezonden onder de Lamanieten om hun strijdkrachten te verkennen, opdat ons leger hen zou kunnen overvallen en vernietigen — maar toen ik zag wat er goed onder hen was, wenste ik dat zij niet zouden worden vernietigd.

Voetnoten
1a
2 Ne. 5:5–8.
  5 En het geschiedde dat de Heer mij, aNephi, bwaarschuwde om van hen weg te gaan en de wildernis in te vluchten, en allen die met mij mee wilden gaan.
Omni 1:12.
  12 Zie, ik ben Amaleki, de zoon van Abinadom. Zie, ik wil u het een en ander zeggen over Mosiah, die tot koning over het land Zarahemla werd uitgeroepen; want zie, de Heer waarschuwde hem dat hij uit het land aNephi moest vluchten, en allen die naar de stem des Heren wilden luisteren, moesten eveneens met hem uit het land bwegtrekken, de wildernis in —