De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK MOSIAH
HOOFDSTUK 6
  3 En voorts geschiedde het, toen koning Benjamin al deze dingen had volbracht en zijn zoon aMosiah tot heerser en koning over zijn volk had gewijd en hem alle aanwijzingen met betrekking tot het koninkrijk had gegeven en tevens priesters had baangewezen om de mensen te cleren, opdat zij daardoor de geboden Gods konden horen en kennen, en om hen ertoe op te wekken de deed indachtig te zijn die zij hadden afgelegd, dat hij de menigte wegzond; en zij keerden terug, eenieder met zijn gezin, naar hun eigen huis.

Voetnoten
3a
Mos. 1:10.
  10 Daarom liet hij Mosiah bij zich brengen; en dit zijn de woorden die hij tot hem sprak, zeggende: Mijn zoon, ik wil dat gij een oproep laat uitgaan door dit gehele land, onder dit gehele volk, ofwel het avolk van Zarahemla en het volk van Mosiah die in het land wonen, opdat zij tezamen zullen komen; want de dag daarna zal ik dit, mijn volk, met mijn eigen mond verkondigen dat gij over dit volk de bkoning en heerser zijt, die de Heer, onze God, ons heeft gegeven.
Mos. 2:30.
  30 want zelfs nu beeft mijn gehele lichaam ten zeerste terwijl ik tracht u toe te spreken; maar de Here God steunt mij en heeft mij toegestaan tot u te spreken, en mij geboden u heden te verkondigen dat mijn zoon Mosiah koning en heerser over u is.
b
c
Alma 4:7.
  7 Nu was dit de oorzaak van groot leed voor Alma, ja, en voor vele van de mensen die Alma had agewijd om leraren en priesters en ouderlingen over de kerk te zijn; ja, velen van hen waren zeer bedroefd over de goddeloosheid die zij onder hun volk zagen ontstaan.
d
Mos. 5:5–7.
  5 En wij zijn bereid een averbond met onze God aan te gaan dat wij voor de rest van onze levensdagen zijn wil zullen doen, en gehoorzaam zullen zijn aan zijn geboden in alle dingen die Hij ons zal gebieden, opdat wij niet een bnimmer eindigende kwelling over onszelf zullen brengen, zoals de cengel heeft gesproken, en wij niet uit de beker van de verbolgenheid Gods zullen drinken.