De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK MOSIAH
HOOFDSTUK 5
  8 En onder dit hoofd zijt gij avrijgemaakt, en er is bgeen ander hoofd waaronder gij kunt worden vrijgemaakt. Er is geen andere cnaam gegeven waardoor redding komt; daarom wil ik dat gij de naam van Christus op u dneemt, gij allen die met God het verbond hebt aangegaan dat gij tot het einde van uw leven gehoorzaam zult zijn.

Voetnoten
8a
Rom. 6:18.
Gal. 5:1.
Hel. 14:30.
  30 En nu, bedenkt, bedenkt, mijn broeders, dat wie verloren gaat, zichzelf verloren doet gaan; en wie ongerechtigheid bedrijft, het tegen zichzelf bedrijft; want zie, gij zijt avrij; het wordt u toegestaan zelfstandig te handelen; want zie, God heeft u bkennis gegeven en u vrijgemaakt.
b
Hand. 4:10, 12.
Alma 21:9.
  9 Nu begon Aäron hun de Schriften te ontvouwen aangaande de komst van Christus, en ook aangaande de opstanding der doden, en dat er ageen verlossing voor het mensdom kon zijn dan alleen door de dood en het lijden van Christus, en de bverzoening door zijn bloed.
c
Mos. 26:18.
  18 Ja, gezegend is dit volk dat gewillig is mijn anaam te dragen; want in mijn naam zullen zij worden geroepen; en zij zijn de mijnen.
d
Hand. 11:26.
Alma 46:15.
  15 En zij die tot de kerk behoorden waren getrouw; ja, allen die oprecht in Christus geloofden — ofwel achristenen zoals zij genoemd werden — namen de bnaam van Christus met blijdschap op zich wegens hun geloof in Christus, die komen zou.