De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK MOSIAH
HOOFDSTUK 5
  5 En wij zijn bereid een averbond met onze God aan te gaan dat wij voor de rest van onze levensdagen zijn wil zullen doen, en gehoorzaam zullen zijn aan zijn geboden in alle dingen die Hij ons zal gebieden, opdat wij niet een bnimmer eindigende kwelling over onszelf zullen brengen, zoals de cengel heeft gesproken, en wij niet uit de beker van de verbolgenheid Gods zullen drinken.

Voetnoten
5a
Mos. 18:10.
  10 nu zeg ik u, als dat het verlangen van uw hart is, wat hebt gij er dan op tegen in de naam des Heren te worden agedoopt, als getuigenis voor Hem dat gij een bverbond met Hem hebt aangegaan dat gij Hem zult dienen en zijn geboden onderhouden, zodat Hij zijn Geest overvloediger over u zal kunnen uitstorten?
b
Mos. 3:25–27.
  25 En indien zij kwaad zijn, worden zij overgeleverd aan een vreselijke abeschouwing van hun eigen schuld en gruwelen, wat hen doet terugdeinzen voor de tegenwoordigheid des Heren tot een staat van bellende en eindeloze kwelling, waaruit zij niet meer kunnen terugkeren; daarom hebben zij tot verdoemenis van hun eigen ziel gedronken.
c
Mos. 3:2.
  2 En de dingen die ik u zal vertellen, zijn mij bekendgemaakt door een aengel Gods. En hij zeide tot mij: Ontwaak; en ik ontwaakte, en zie, hij stond voor mij.