De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK MOSIAH
HOOFDSTUK 4
  26 En nu, ter wille van deze dingen die ik tot u heb gesproken — dat wil zeggen, ter wille van het van dag tot dag behouden van de vergeving van uw zonden om aonschuldig voor het aangezicht van God te kunnen wandelen — zou ik willen dat gij van uw bezit aan de barmen cgeeft, ieder naar hetgeen hij heeft, en wel door de hongerigen te dvoeden, de naakten te kleden, de zieken te bezoeken en in hun behoeften te voorzien, zowel de geestelijke als de stoffelijke, naar hun noden.

Voetnoten
26a
b
Zach. 7:10.
Alma 1:27.
  27 En zij agaven van hun bezit, ieder naar hetgeen hij had, aan de barmen en de behoeftigen en de zieken en de ellendigen; en zij droegen geen kostbare kleding, maar toch waren zij goed verzorgd en aantrekkelijk.
c
Jakob 2:17–19.
  17 Acht uw broeders als uzelf, en weest vriendelijk jegens allen en vrijgevig met uw abezit, opdat bzij rijk zullen zijn evenals gij.
d
Jes. 58:10–11.
LV 104:17–18.
  17 Want de aaarde is vol, en er is meer dan genoeg; ja, Ik heb alle dingen bereid, en heb het de mensenkinderen gegeven naar beigen believen te handelen.