HET BOEK MOSIAH
HOOFDSTUK 4
26
En nu, ter wille van deze dingen die ik tot u heb gesproken — dat wil zeggen, ter wille van het van dag tot dag behouden van de vergeving van uw zonden om aonschuldig voor het aangezicht van God te kunnen wandelen — zou ik willen dat gij van uw bezit aan de barmen cgeeft, ieder naar hetgeen hij heeft, en wel door de hongerigen te , de naakten te kleden, de zieken te bezoeken en in hun behoeften te voorzien, zowel de geestelijke als de stoffelijke, naar hun noden.
Voetnoten
|