De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK MOSIAH
HOOFDSTUK 4
  12 En zie, ik zeg u dat indien gij dat doet, gij u altijd zult verblijden en met de aliefde Gods vervuld zult zijn, en altijd vergeving van uw zonden zult bbehouden; en gij zult toenemen in de kennis der heerlijkheid van Hem die u heeft geschapen, ofwel in de kennis van hetgeen juist en waar is.

Voetnoten
12a
b
Mos. 4:26.
  26 En nu, ter wille van deze dingen die ik tot u heb gesproken — dat wil zeggen, ter wille van het van dag tot dag behouden van de vergeving van uw zonden om aonschuldig voor het aangezicht van God te kunnen wandelen — zou ik willen dat gij van uw bezit aan de barmen cgeeft, ieder naar hetgeen hij heeft, en wel door de hongerigen te dvoeden, de naakten te kleden, de zieken te bezoeken en in hun behoeften te voorzien, zowel de geestelijke als de stoffelijke, naar hun noden.
Alma 4:13–14.
  13 Nu was dit een grote oorzaak van weeklagen onder het volk, terwijl anderen zich verootmoedigden en diegenen te hulp kwamen die hun hulp nodig hadden, bijvoorbeeld door de armen en de behoeftigen te ageven van hun bezit, de hongerigen te voeden en allerlei bleed te verdragen ter cwille van Christus die volgens de geest van profetie zou komen;
Alma 5:26–35.
  26 En nu zie, ik zeg u, mijn broeders: indien gij een averandering van hart hebt ondergaan, en indien gij gestemd waart het blied der verlossende liefde te zingen, zou ik willen vragen: ckunt gij nu zo gestemd zijn?
LV 20:31–34.
  31 en wij weten ook dat aheiliging door de genade van onze Heer en Heiland Jezus Christus juist en waar is, voor allen die God met al hun macht, verstand en kracht bliefhebben en dienen.