De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK MOSIAH
HOOFDSTUK 3
  9 En zie, Hij komt tot de zijnen, opdat de mensenkinderen aredding ten deel valt, ja, door bgeloof in zijn naam; en zelfs na dit alles zullen ze Hem voor een mens houden en zeggen dat Hij van een cduivel bezeten is, en zij zullen Hem dgeselen, en Hem ekruisigen.

Voetnoten
9a
b
c
Joh. 8:48.
d
Marc. 15:15.
e
Luc. 18:33.
1 Ne. 19:10.
  10 En de aGod van onze vaderen, die uit Egypte werden buitgeleid, uit de slavernij, en ook in de wildernis door Hem werden bewaard, ja, de cGod van Abraham en van Isaak, en de God van Jakob, dgeeft Zich, volgens de woorden van de engel, als mens over in de handen van goddelozen om te worden everhoogd, volgens de woorden van fZenock, en te worden ggekruisigd, volgens de woorden van Neüm, en in een hgraf te worden gelegd, volgens de woorden van iZenos die hij sprak met betrekking tot de drie dagen jduisternis, hetgeen een teken van zijn dood zou zijn, gegeven aan hen die de eilanden der zee zouden bewonen, en meer in het bijzonder aan hen die van het khuis Israëls zijn.
2 Ne. 10:3.
  3 Welnu, zoals ik u heb gezegd, moet wel zo zijn dat Christus — want in de afgelopen nacht heeft de aengel mij gezegd dat dat zijn naam zou zijn — bonder de Joden komt, onder hen die het slechtste deel van de wereld vormen; en zij zullen Hem ckruisigen — want zo moet het onze God geschieden, en er is geen andere natie op aarde die zijn dGod zou ekruisigen.