De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK MOSIAH
HOOFDSTUK 3
  5 Want zie, de tijd komt en is niet veraf, dat de aalmachtige Heer die regeert, die van alle eeuwigheid tot alle eeuwigheid was en is, met macht uit de hemel zal neerdalen onder de mensenkinderen en in een btabernakel van leem zal wonen en onder de mensen zal uitgaan en machtige cwonderen verrichten — zoals de zieken genezen, de doden opwekken, de lammen doen lopen, de blinden hun gezicht geven en de doven doen horen en allerlei kwalen genezen.

Voetnoten
5a
b
Mos. 7:27.
  27 En omdat hij hun zeide dat Christus de aGod, de Vader van alle dingen was, en zeide dat Hij het beeld van de mens zou aannemen, en dat dat het bbeeld zou zijn waarnaar de mens in het begin was geschapen; of met andere woorden, hij zeide dat de mens naar het beeld van cGod was geschapen, en dat God onder de mensenkinderen zou neerdalen en vlees en bloed zou aannemen en zou uitgaan over het oppervlak der aarde —
Alma 7:9–13.
  9 Maar zie, dit heeft de Geest wél tot mij gezegd: Roep dit volk toe, zeggende: aBekeert u en bereidt de weg des Heren, en wandelt op zijn paden, die recht zijn; want zie, het koninkrijk van de hemel is nabij, en de Zoon Gods bkomt op het oppervlak der aarde.
c
Matt. 4:23–24.
Hand. 2:22.
1 Ne. 11:31.
  31 En hij sprak wederom tot mij, zeggende: Kijk! En ik keek, en ik zag het Lam Gods uitgaan onder de mensenkinderen. En ik zag menigten mensen die ziek waren en die werden gekweld door allerlei kwalen en door aduivels en bonreine geesten; en de engel sprak en toonde mij al die dingen. En zij werden cgenezen door de macht van het Lam Gods; en de duivels en onreine geesten werden uitgeworpen.