De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK MOSIAH
HOOFDSTUK 3
  19 Want de anatuurlijke mens is een vijand van God, en is dat vanaf de bval van Adam geweest, en zal dat voor eeuwig en altijd zijn, tenzij hij zich covergeeft aan de ingevingen van de Heilige dGeest en de natuurlijke mens aflegt en een eheilige wordt door de verzoening van Christus, de Heer, en wordt als een fkind: onderworpen, zachtmoedig, ootmoedig, geduldig, vol liefde, gewillig zich te onderwerpen aan alles wat de Heer goeddunkt hem op te leggen, ja, zoals een kind zich aan zijn vader onderwerpt.

Voetnoten
19a
1 Kor. 2:11–14.
Mos. 16:2–3.
  2 En dan worden de goddelozen auitgeworpen, en zij zullen reden hebben om te kermen en te bwenen en te jammeren en hun tanden te knarsen; en wel omdat zij niet wilden luisteren naar de stem des Heren; daarom verlost de Heer hen niet.
b
c
2 Kron. 30:8.
d
Mro. 10:4–5.
  4 En wanneer gij deze dingen ontvangt, spoor ik u aan God, de eeuwige Vader, in de naam van Christus te avragen of deze dingen bniet waar zijn; en indien gij vraagt met een coprecht hart, met een deerlijke bedoeling en met egeloof in Christus, zal Hij de fwaarheid ervan aan u gopenbaren door de macht van de Heilige Geest.
e
f
3 Ne. 9:22.
  22 Daarom, wie zich abekeert en als een klein bkind tot Mij komt, die zal Ik aannemen, want uit zodanigen bestaat het koninkrijk Gods. Zie, voor zodanigen heb Ik mijn cleven afgelegd, en het wederom opgenomen; daarom, bekeert u, en komt tot Mij, gij einden der aarde, en laat u redden.