HET BOEK MOSIAH
HOOFDSTUK 29
40
En hun liefde voor Mosiah nam sterk toe; ja, zij achtten hem hoog, meer dan enig ander mens; want zij beschouwden hem niet als een tiran die uit was op gewin, ja, dat gewin dat de ziel bederft; want hij had hun geen rijkdommen afgeperst, evenmin had hij behagen geschept in het vergieten van bloed; integendeel, hij had gesticht in het land, en hij had zijn volk gegund dat zij werden bevrijd van allerlei knechtschap; daarom achtten zij hem hoog, ja, buitengewoon en bovenmatig.
Voetnoten
|