De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK MOSIAH
HOOFDSTUK 29
  32 En nu verlang ik dat deze aongelijkheid niet meer voorkomt in dit land, in het bijzonder onder dit, mijn volk; ik verlang juist dat dit land een land van bvrijheid is, en dat cieder mens zijn rechten en voorrechten in gelijke mate zal kunnen genieten, voor zolang het de Heer goeddunkt dat wij leven en het land erfelijk bezitten, ja, zelfs voor zolang er nog iemand van ons nageslacht overblijft op het oppervlak van het land.

Voetnoten
32a
Alma 30:11.
  11 Want er was een wet dat de mensen moesten worden berecht volgens hun misdaden. Er was evenwel geen wet tegen iemands geloof; daarom werd iemand alleen gestraft voor de misdaden die hij had gepleegd; daarom stonden alle mensen op agelijke voet.
b
2 Ne. 1:7.
  7 Daarom wordt dit aland gewijd voor degene die Hij brengt. En indien zij Hem dienen volgens de geboden die Hij heeft gegeven, zal het voor hen een land van bvrijheid zijn; daarom zullen zij nooit in slavernij worden gebracht; indien toch, dan zal het wegens ongerechtigheid zijn; want indien de ongerechtigheid overvloedig wordt, zal het land om hunnentwille worden cvervloekt, maar voor de rechtvaardigen zal het voor altijd gezegend zijn.
2 Ne. 10:11.
  11 En dit land zal een land van avrijheid zijn voor de andere volken, en er zullen geen bkoningen in het land zijn, die zich over de andere volken zullen verheffen.
c
Alma 27:9.
  9 Maar Ammon zeide tot hem: Het is tegen de wet van onze broeders, die door mijn vader is uitgevaardigd, dat er aslaven onder hen zijn; welnu, laten wij afdalen en op de barmhartigheden van onze broeders vertrouwen.