HET BOEK MOSIAH
HOOFDSTUK 29
32
En nu verlang ik dat deze aongelijkheid niet meer voorkomt in dit land, in het bijzonder onder dit, mijn volk; ik verlang juist dat dit land een land van bvrijheid is, en dat mens zijn rechten en voorrechten in gelijke mate zal kunnen genieten, voor zolang het de Heer goeddunkt dat wij leven en het land erfelijk bezitten, ja, zelfs voor zolang er nog iemand van ons nageslacht overblijft op het oppervlak van het land.
Voetnoten
|