De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK MOSIAH
HOOFDSTUK 29
  20 Maar zie, Hij bevrijdde hen, omdat zij zich voor zijn aangezicht averootmoedigden; en omdat zij Hem bkrachtig aanriepen, bevrijdde Hij hen uit hun knechtschap; en aldus werkt de Heer in alle omstandigheden met zijn macht onder de mensenkinderen en strekt de arm der cbarmhartigheid uit naar hen die hun dvertrouwen in Hem stellen.

Voetnoten
20a
Mos. 21:13–15.
  13 En zij verootmoedigden zich tot zelfs in het stof, onderwierpen zich aan het juk van het knechtschap, gaven zich over om te worden geslagen, en om her- en derwaarts te worden gedreven en naar de wensen van hun vijanden te worden belast.
b
Ex. 2:23–25.
Alma 43:49–50.
  49 En het geschiedde dat zij zich tegen de Lamanieten keerden, en zij ariepen de Heer, hun God, met één stem aan voor hun vrijheid en hun vrijwaring voor knechtschap.
c
Ez. 33:11, 15–16.
Mos. 26:30.
  30 Ja, en azo vaak als mijn volk zich bbekeert, zal Ik hun hun overtredingen jegens Mij vergeven.
d