De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK MOSIAH
HOOFDSTUK 29
  18 Ja, denkt aan koning Noach, aan zijn agoddeloosheid en zijn gruwelen, en ook aan de goddeloosheid en gruwelen van zijn volk. Ziet welk een grote verwoesting hen trof; en tevens werden zij wegens hun ongerechtigheden tot bknechtschap gebracht.

Voetnoten
18a
Mos. 11:1–15.
  1 En nu geschiedde het dat Zeniff het koninkrijk overdroeg aan Noach, een van zijn zonen; daarom begon Noach in zijn plaats te regeren; en hij wandelde niet in de wegen van zijn vader.
b
1 Sam. 8:10–18.
Mos. 12:1–8.
  1 En het geschiedde na verloop van twee jaar dat Abinadi vermomd onder hen kwam, zodat zij hem niet kenden, en onder hen begon te profeteren, zeggende: Aldus heeft de Heer mij geboden, zeggende: Abinadi, ga heen en profeteer tot dit, mijn volk, want zij hebben hun hart tegen mijn woorden verstokt; zij hebben zich niet van hun boze werken bekeerd; daarom zal Ik hen in mijn toorn abezoeken, ja, in mijn brandende toorn zal Ik hen bezoeken wegens hun ongerechtigheden en gruwelen.
Ether 6:22–23.
  22 En het geschiedde dat het volk van hen wilde dat zij een van hun zonen tot koning over hen zouden azalven.