De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK MOSIAH
HOOFDSTUK 29
  13 Welnu, indien het mogelijk was dat gij arechtvaardige mannen als koning hadt, die de wetten van God bekrachtigden en dit volk bestuurden volgens zijn geboden, ja, indien gij mannen als koning kondt hebben die deden zoals mijn vader bBenjamin voor dit volk deed — ik zeg u, indien dat altijd het geval kon zijn, dan zou het raadzaam zijn dat gij altijd een koning hadt om over u te heersen.

Voetnoten
13a
Mos. 23:8, 13–14.
  8 Niettemin, indien het mogelijk was dat gij altijd rechtvaardige mannen hadt om uw koning te zijn, dan zou het goed voor u zijn een koning te hebben.
b
WvM. 1:17–18.
  17 want zie, koning Benjamin was een aheilig man, en hij regeerde over zijn volk in rechtvaardigheid; en er waren vele heilige mannen in het land, en zij verkondigden het woord Gods met bkracht en met gezag; en zij gebruikten veel cscherpe taal wegens de halsstarrigheid van het volk —