De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK MOSIAH
HOOFDSTUK 27
  31 Ja, aalle knie zal zich buigen en alle tong Hem belijden. Ja, namelijk ten laatsten dage, wanneer alle mensen zullen staan om door Hem te worden bgeoordeeld, dan zullen zij belijden dat Hij God is; dan zullen zij die czonder God in de wereld leven, belijden dat het over hen gevelde vonnis van een eeuwigdurende straf rechtvaardig is; en zij zullen beven en sidderen en ineenkrimpen onder de blik van zijn daldoordringend oog.

Voetnoten
31a
Fil. 2:9–11.
Mos. 16:1–2.
  1 En nu geschiedde het, nadat Abinadi deze woorden had gesproken, dat hij zijn hand uitstrekte en zeide: De tijd zal komen dat allen het aheil des Heren zullen zien; dat alle natie, geslacht, taal en volk met eigen ogen zal zien en voor het aangezicht van God zal berkennen dat zijn oordelen rechtvaardig zijn.
LV 88:104.
  104 en dit zal het geschal van zijn bazuin zijn, zeggende tot alle mensen, zowel in de hemel als op de aarde, en die onder de aarde zijn — want aieder oor zal het horen en iedere knie zal zich bbuigen, en iedere tong zal belijden, wanneer zij het geschal van de bazuin horen, zeggende: cVreest God en geeft eer aan Hem die op de troon zit, voor eeuwig en altijd; want het uur van zijn oordeel is gekomen.
b
c
Alma 41:11.
  11 En nu, mijn zoon, allen die in een anatuurlijke staat verkeren, of liever gezegd, in een bvleselijke staat, bevinden zich in de gal van bitterheid en in de boeien der ongerechtigheid; zij zijn czonder God in de wereld en hebben zich tegen de aard van God gekeerd; daarom bevinden zij zich in een staat die in strijd is met de aard van het geluk.
d