De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK MOSIAH
HOOFDSTUK 2
  4 en ook om dank te brengen aan de Heer, hun God, die hen uit het land Jeruzalem had gebracht, en die hen uit de handen van hun vijanden had bevrijd, en rechtvaardige mannen had aaangesteld om hun bleraren te zijn, en eveneens een rechtvaardig man om hun koning te zijn, die vrede had gevestigd in het cland Zarahemla, en die hun had geleerd de geboden Gods te donderhouden, opdat zij zich zouden verblijden en vervuld zouden zijn met eliefde jegens God en alle mensen.

Voetnoten
4a
b
Mos. 18:18–22.
  18 En het geschiedde dat Alma, hebbende het agezag van God, priesters ordende; ja, één priester voor iedere vijftig van hun aantal ordende hij om tot hen te prediken en hun de dingen te bleren die betrekking hebben op het koninkrijk Gods.
c
Omni 1:12–15.
  12 Zie, ik ben Amaleki, de zoon van Abinadom. Zie, ik wil u het een en ander zeggen over Mosiah, die tot koning over het land Zarahemla werd uitgeroepen; want zie, de Heer waarschuwde hem dat hij uit het land aNephi moest vluchten, en allen die naar de stem des Heren wilden luisteren, moesten eveneens met hem uit het land bwegtrekken, de wildernis in —
d
Joh. 15:10.
e