De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK MOSIAH
HOOFDSTUK 16
  3 Want zij zijn avleselijk en duivels, en de bduivel heeft macht over hen; ja, die oude slang die onze eerste ouders cverleidde, hetgeen de oorzaak was van hun dval; hetgeen er de oorzaak van was dat het gehele mensdom vleselijk, zinnelijk en duivels werd, het kwade van het goede kon eonderscheiden en zich aan de duivel onderwierp.

Voetnoten
3a
Gal. 5:16–25.
Mos. 3:19.
  19 Want de anatuurlijke mens is een vijand van God, en is dat vanaf de bval van Adam geweest, en zal dat voor eeuwig en altijd zijn, tenzij hij zich covergeeft aan de ingevingen van de Heilige dGeest en de natuurlijke mens aflegt en een eheilige wordt door de verzoening van Christus, de Heer, en wordt als een fkind: onderworpen, zachtmoedig, ootmoedig, geduldig, vol liefde, gewillig zich te onderwerpen aan alles wat de Heer goeddunkt hem op te leggen, ja, zoals een kind zich aan zijn vader onderwerpt.
b
2 Ne. 9:8–9.
  8 O, de awijsheid Gods, zijn bbarmhartigheid en cgenade! Want zie, indien het dvlees niet meer opstond, zou onze geest moeten worden onderworpen aan die engel die uit de tegenwoordigheid van de eeuwige God is egevallen en de fduivel is geworden, om niet meer op te staan.
c
Gen. 3:1–13.
Moz. 4:5–19.
  5 En de slang nu was alistiger dan enig dier van het veld dat Ik, de Here God, gemaakt had.
d
e
2 Ne. 2:17–18, 22–26.
  17 En ik, Lehi, moet wel veronderstellen, door de dingen die ik heb gelezen, dat een aengel Gods, naar hetgeen geschreven staat, buit de hemel was gevallen; en aldus werd hij een cduivel, omdat hij had gezocht wat kwaad was in de ogen van God.