De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK MOSIAH
HOOFDSTUK 16
  2 En dan worden de goddelozen auitgeworpen, en zij zullen reden hebben om te kermen en te bwenen en te jammeren en hun tanden te knarsen; en wel omdat zij niet wilden luisteren naar de stem des Heren; daarom verlost de Heer hen niet.

Voetnoten
2a
LV 63:53–54.
  53 Die dingen zijn de dingen waarnaar gij moet uitzien; en, volgens de spreekwijze van de Heer, zijn ze nu reeds anabij, en in een toekomende tijd, ja, de dag van de komst van de Zoon des Mensen.
b
Matt. 13:41–42.
Luc. 13:28.
Alma 40:13.
  13 En dan zal het geschieden dat de geest der goddelozen, ja, van hen die slecht zijn — want zie, zij hebben part noch deel aan de Geest des Heren; want zie, zij verkozen boze werken boven goede; daarom is de geest van de duivel in hen gevaren en heeft hun woning in bezit genomen — en dezen zullen in de buitenste aduisternis worden uitgeworpen; daar zal bgeween en geweeklaag en tandengeknars zijn, en wel wegens hun eigen ongerechtigheid, want zij zijn door de wil van de duivel als gevangenen weggevoerd.