De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK MOSIAH
HOOFDSTUK 15
  4 en Zij zijn aéén God, ja, de ware beeuwige cVader van hemel en aarde.

Voetnoten
4a
Deut. 6:4.
Joh. 17:20–23.
b
Alma 11:39.
  39 En Amulek zeide tot hem: Ja, Hij is waarlijk de aeeuwige Vader van de hemel en de aarde, en van balle dingen die daarin zijn; Hij is het begin en het einde, de eerste en de laatste;
c
Mos. 3:8.
  8 En Hij zal aJezus Christus heten, de bZoon van God, de cVader van hemel en aarde, de Schepper aller dingen vanaf het begin; en zijn dmoeder zal eMaria heten.
Hel. 14:12.
  12 en ook dat gij zult weten van de komst van Jezus Christus, de Zoon Gods, de aVader van hemel en aarde, de Schepper van alle dingen vanaf het begin; en dat gij de tekenen van zijn komst zult kennen, zodat gij in zijn naam zult geloven.
3 Ne. 9:15.
  15 Zie, Ik ben Jezus Christus, de Zoon van God. Ik heb de hemelen ageschapen en de aarde en alle dingen die daarin zijn. Ik was vanaf het begin bij de Vader. bIk ben in de Vader en de Vader is in Mij; en in Mij heeft de Vader zijn naam verheerlijkt.
Ether 4:7.
  7 En ten dage, zegt de Heer, dat zij geloof oefenen in Mij zoals de broeder van Jared dat deed, zodat zij in Mij ageheiligd kunnen worden, dan zal Ik hun de dingen openbaren die de broeder van Jared heeft gezien, ja, hun al mijn openbaringen ontvouwen, zegt Jezus Christus, de Zoon Gods, de bVader van de hemelen en van de aarde en van alle dingen die daarin zijn.