De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK MOSIAH
HOOFDSTUK 1
  7 En nu mijn zonen, wil ik dat gij eraan denkt ze zorgvuldig te aonderzoeken, opdat gij daarmee uw voordeel zult doen; en ik wil dat gij de geboden Gods bonderhoudt, opdat gij cvoorspoedig zult zijn in het land, volgens de dbeloften die de Heer onze vaderen heeft gedaan.

Voetnoten
7a
b
Mos. 2:22.
  22 En zie, alles wat Hij van u verlangt, is zijn ageboden te bonderhouden; en Hij heeft u beloofd dat indien gij zijn geboden onderhoudt, gij voorspoedig zult zijn in het land; en Hij cwijkt nimmer af van hetgeen Hij heeft gezegd; indien gij dus zijn geboden donderhoudt, zegent Hij u en maakt Hij u voorspoedig.
Alma 50:20–22.
  20 Gezegend zijt gij en gezegend zijn uw kinderen; en zij zullen gezegend worden; voor zoverre zij mijn geboden onderhouden, zullen zij voorspoedig zijn in het land. Maar bedenk dat voor zoverre zij mijn geboden niet onderhouden, zij van de tegenwoordigheid des Heren worden aafgesneden.
c
Ps. 122:6.
1 Ne. 2:20.
  20 En voor zoverre gij mijn geboden onderhoudt, zult gij avoorspoedig zijn en naar een bland van belofte worden geleid; ja, een land dat Ik voor u heb toebereid; ja, een land dat verkieslijk is boven alle andere landen.
d
Alma 9:12–14.
  12 Zie, nu zeg ik u, Hij gebiedt u u te bekeren; en tenzij gij u bekeert, kunt gij geenszins het koninkrijk Gods beërven. Maar zie, dat is niet alles; Hij heeft u geboden u te bekeren, anders zal Hij u volkomen van het oppervlak der aarde awegvagen; ja, Hij zal u bezoeken in zijn toorn, en in zijn bbrandende toorn zal Hij Zich niet afwenden.