HET BOEK MOSIAH
HOOFDSTUK 1
10
Daarom liet hij Mosiah bij zich brengen; en dit zijn de woorden die hij tot hem sprak, zeggende: Mijn zoon, ik wil dat gij een oproep laat uitgaan door dit gehele land, onder dit gehele volk, ofwel het avolk van Zarahemla en het volk van Mosiah die in het land wonen, opdat zij tezamen zullen komen; want de dag daarna zal ik dit, mijn volk, met mijn eigen mond verkondigen dat gij over dit volk de en heerser zijt, die de Heer, onze God, ons heeft gegeven.
Voetnoten
|