De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
SELECTIE UIT HET BOEK MOZES
HOOFDSTUK 7
(December 1830)
  61 en de dag zal komen dat de aarde zal arusten, maar vóór die dag zullen de hemelen bverduisterd worden en een csluier van duisternis zal de aarde bedekken; en de hemelen zullen beven, alsook de aarde; en er zullen grote verdrukkingen onder de mensenkinderen zijn, maar mijn volk zal Ik dbewaren;

Voetnoten
61a
b
LV 38:11–12.
  11 want alle avlees is verdorven voor mijn aangezicht; en de machten van bduisternis heersen op aarde onder de mensenkinderen, in de tegenwoordigheid van alle heerscharen des hemels —
LV 112:23.
  23 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: aDuisternis bedekt de aarde, en dichte duisternis het verstand der mensen, en alle vlees is bverdorven geworden voor mijn aangezicht.
c
d
1 Ne. 22:15–22.
  15 Want zie, zegt de profeet, de tijd komt spoedig dat Satan geen macht meer heeft over het hart der mensenkinderen; want weldra komt de dag dat alle hoogmoedigen en zij die goddeloos handelen als astoppels zullen zijn; en de dag komt dat zij moeten worden bverbrand.
2 Ne. 30:10.
  10 Want de atijd komt spoedig, dat de Here God een grote bscheiding onder de mensen zal veroorzaken, en de goddelozen zal Hij vernietigen; en Hij zal zijn volk csparen, ja, zelfs al moet Hij de goddelozen dvernietigen met vuur.