SELECTIE UIT HET BOEK MOZES
HOOFDSTUK 7
(December 1830)
48
En het geschiedde dat Henoch de aaarde aanschouwde; en hij hoorde een stem uit haar binnenste, zeggende: Wee, wee mij, de moeder der mensen; ik ben ontzet, ik ben vermoeid wegens de goddeloosheid van mijn kinderen. Wanneer zal ik en gezuiverd worden van het cvuil dat uit mij is voortgekomen? Wanneer zal mijn Schepper mij heiligen, opdat ik kan rusten en er enige tijd gerechtigheid op mijn oppervlak zal verblijven?
Voetnoten
|