De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
SELECTIE UIT HET BOEK MOZES
HOOFDSTUK 7
(December 1830)
  26 En hij zag Satan; en hij had een grote aketen in zijn hand en deze hulde het gehele oppervlak der aarde in bduisternis; en hij keek op en lachte en zijn cengelen juichten.

Voetnoten
26a
Alma 12:10–11.
  10 En daarom ontvangt hij die zijn hart averstokt, een bkleiner deel van het woord; en hij die zijn hart cniet verstokt, hem wordt een groter deel van het woord dgeschonken, totdat het hem wordt gegeven de verborgenheden Gods te kennen totdat hij die ten volle kent.
b
Jes. 60:1–2.
c
Judas 1:6.
LV 29:36–37.
  36 En het geschiedde dat Adam, die door de duivel in verzoeking werd gebracht — want zie, de aduivel stond voor Adam, want hij was tegen Mij bopgestaan, zeggende: Geef mij uw ceer, hetgeen mijn dmacht is; en ook keerde hij een ederde deel van de fheerscharen des hemels van Mij af wegens hun gkeuzevrijheid;