De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
SELECTIE UIT HET BOEK MOZES
HOOFDSTUK 6
(November-december 1830)
  9 naar het abeeld van zijn eigen lichaam, mannelijk en vrouwelijk, schiep Hij bhen en zegende hen en noemde hun cnaam Adam ten dage dat zij werden geschapen en levende dzielen werden in het land op de evoetbank van God.

Voetnoten
9a
Gen. 1:26–28.
Moz. 2:26–29.
  26 En Ik, God, zeide tot mijn aEniggeborene, die bij Mij was vanaf het begin: Laat Ons de mens bmaken naar ons cbeeld, naar onze gelijkenis; en het was alzo. En Ik, God, zeide: Laat hen dheerschappij hebben over de vissen van de zee en over de vogels van de lucht en over het vee en over de gehele aarde en over ieder kruipend wezen dat op de aarde kruipt.
Abr. 4:26–31.
  26 En de Goden aberaadslaagden met elkaar en zeiden: Laten Wij naar beneden gaan en de mens bvormen naar ons cbeeld, naar onze gelijkenis; en Wij zullen hun heerschappij geven over de vissen van de zee en over de vogels van de lucht en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipende dat op de aarde kruipt.
b
c
Moz. 1:34.
  34 En de aeerste mens van alle mensen heb Ik bAdam genoemd, hetgeen cvelen is.
Moz. 4:26.
  26 En Adam noemde de naam van zijn vrouw Eva, omdat zij de moeder was van alle levenden; want aldus heb Ik, de Here God, de eerste van alle vrouwen genoemd, die avelen zijn.
d
e
Abr. 2:7.
  7 Want Ik ben de Heer, uw God; Ik woon in de hemel; de aarde is mijn avoetbank; Ik strek mijn hand uit over de zee en ze gehoorzaamt mijn stem; Ik maak de wind en het vuur tot mijn bwagen; Ik zeg tot de bergen: Gaat heen; en zie, ze worden weggenomen door een wervelwind, in een oogwenk, plotseling.