De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
SELECTIE UIT HET BOEK MOZES
HOOFDSTUK 6
(November-december 1830)
  59 Dat tengevolge van de overtreding de val komt, welke val de dood veroorzaakt, en zoals gij in de wereld geboren zijt door water en bloed en de ageest, die Ik heb gemaakt, en aldus van bstof tot een levende ziel geworden zijt, zo moet gij ook in het koninkrijk des hemels cwedergeboren worden uit dwater en uit de Geest en gereinigd worden door bloed, ja, het bloed van mijn Eniggeborene; opdat gij geheiligd kunt worden van alle zonde, en de ewoorden van het eeuwige leven kunt fgenieten in deze wereld en het eeuwige leven in de toekomende wereld, ja, onsterfelijke gheerlijkheid;

Voetnoten
59a
1 Joh. 5:8.
b
Gen. 2:7.
Moz. 4:25.
  25 In het azweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de grond wederkeert — want gij zult zeker sterven — want daaruit zijt gij genomen: want bstof waart gij en tot stof zult gij wederkeren.
Abr. 5:7.
  7 En de aGoden vormden de mens uit het bstof der aarde en namen zijn cgeest (dat wil zeggen, de geest van de mens) en brachten die in hem; en Zij bliezen de levensadem in zijn neusgaten en de mens werd een levende dziel.
c
d
e
2 Ne. 4:15–16.
  15 En op adeze schrijf ik de dingen van mijn ziel, en vele van de Schriften die op de platen van koper zijn gegraveerd. Want mijn ziel verlustigt zich in de Schriften, en mijn hart boverweegt ze en schrijft ze op tot clering en nut van mijn kinderen.
Alma 32:28.
  28 Nu zullen wij het woord vergelijken met een azaadje. Welnu, indien gij plaats inruimt, zodat er een bzaadje in uw chart kan worden gezaaid, zie, indien het een deugdelijk zaadje is, of een goed zaadje, zie, dan zal het — indien gij het niet uitwerpt door uw dongeloof, zodat gij u tegen de Geest des Heren verzet — in uw boezem gaan zwellen; en wanneer gij die zwelling bemerkt, zult gij bij uzelf beginnen te zeggen: het moet wel een goed zaadje zijn, ofwel een goed woord, want het begint mijn ziel te verruimen; ja, het begint mijn everstand te verlichten, ja, het begint heerlijk voor mij te zijn.
f
Joh. 6:68.
g