SELECTIE UIT HET BOEK MOZES
HOOFDSTUK 6
(November-december 1830)
31
En toen Henoch deze woorden gehoord had, boog hij zich voor de Heer ter aarde neer en sprak voor het aangezicht des Heren, zeggende: Hoe komt het dat ik genade gevonden heb in uw ogen, ofschoon ik maar een knaap ben en alle mensen mij haten; want spreken valt mij zwaar; ben ik uw dienstknecht?
Voetnoten
|