De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
SELECTIE UIT HET BOEK MOZES
HOOFDSTUK 6
(November-december 1830)
  27 En hij hoorde een stem uit de hemel, zeggende: Henoch, mijn zoon, profeteer tot dit volk en zeg tot hen: Bekeert u, want aldus zegt de Heer: Ik ben avertoornd op dit volk en mijn hevige toorn is tegen hen ontstoken; want hun hart is verstokt geworden en hun boren zijn hardhorig en hun ogen ckunnen niet ver zien;

Voetnoten
27a
LV 63:32.
  32 Ik, de Heer, ben toornig op de goddelozen; Ik weerhoud mijn Geest van de bewoners der aarde.
b
Matt. 13:15.
2 Ne. 9:31.
  31 En wee de doven die niet willen ahoren, want zij zullen verloren gaan.
Mos. 26:28.
  28 Welnu, Ik zeg u dat gij hem die mijn stem niet wil ahoren, niet in mijn kerk zult aannemen, want Ik zal hem ten laatsten dage niet aannemen.
LV 1:2, 11, 14.
  2 Want voorwaar, de astem des Heren is tot alle mensen gericht, en er zal bniemand ontkomen; en er is geen oog dat niet zal zien, noch een oor dat niet zal horen, noch een chart dat niet zal worden doordrongen.
c
Alma 10:25.
  25 Maar Amulek strekte zijn hand uit en riep des te krachtiger tot hen, zeggende: O gij goddeloos en verkeerd geslacht, waarom heeft Satan zoveel vat op uw hart? Waarom geeft gij u over aan hem, zodat hij macht over u heeft om uw ogen te averblinden, zodat gij weigert de woorden te begrijpen die gesproken zijn volgens hun waarheid?
Alma 14:6.
  6 En het geschiedde dat Zeëzrom verbaasd was over de woorden die gesproken waren; en hij wist ook van de verblindheid van verstand die hij onder het volk had teweeggebracht door zijn leugenachtige woorden; en zijn ziel begon averscheurd te worden door een bbesef van zijn eigen schuld; ja, hij begon omsloten te worden door de pijnen der hel.