SELECTIE UIT HET BOEK MOZES
HOOFDSTUK 5
(Juni–oktober 1830)
38
En Kaïn zeide tot de Heer: Satan heeft mij wegens de kudden van mijn broeder. Ook was ik verbolgen; want zijn offer hebt Gij aangenomen en het mijne niet; mijn straf is groter dan ik dragen kan.
Voetnoten
|