De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
SELECTIE UIT HET BOEK MOZES
HOOFDSTUK 4
(Juni–oktober 1830)
  2 Maar zie, mijn geliefde aZoon, die mijn Geliefde en bUitverkorene is geweest vanaf het begin, zeide tot Mij: cVader, uw dwil geschiede en de eheerlijkheid zij de uwe voor eeuwig!

Voetnoten
2a
b
Moz. 7:39.
  39 En Hij die Ik heb uitverkoren, heeft voor mijn aangezicht gepleit. Daarom lijdt Hij voor hun zonden, voor zoverre zij zich willen bekeren ten dage dat mijn aUitverkorene naar Mij terugkeert; en tot die dag zullen zij bkwelling ondergaan;
Abr. 3:27.
  27 En de aHeer zeide: Wie zal Ik zenden? En Een, gelijk de bZoon des Mensen, antwoordde: Hier ben Ik, zend Mij. En een cander antwoordde en zeide: Hier ben ik, zend mij. En de Heer zeide: Ik zal de eerste zenden.
c
d
Luc. 22:42.
e