De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken     Volgende >
SELECTIE UIT HET BOEK MOZES
HOOFDSTUK 4
(Juni–oktober 1830)
  1 En Ik, de Here God, sprak tot Mozes, zeggende: Die aSatan, wie gij bevolen hebt in de naam van mijn Eniggeborene, is dezelfde die was vanaf het bbegin; en hij kwam voor mijn aangezicht, zeggende: Zie, hier ben ik, zend mij, ik zal uw zoon zijn en ik zal het gehele mensdom verlossen, zodat niet één ziel verloren zal gaan, en voorzeker zal cik het doen; daarom, geef mij uw eer.

Voetnoten
1a
b
LV 29:36–37.
  36 En het geschiedde dat Adam, die door de duivel in verzoeking werd gebracht — want zie, de aduivel stond voor Adam, want hij was tegen Mij bopgestaan, zeggende: Geef mij uw ceer, hetgeen mijn dmacht is; en ook keerde hij een ederde deel van de fheerscharen des hemels van Mij af wegens hun gkeuzevrijheid;
c
Jes. 14:12–15.