De Schriften
Studiemiddelen
|
Zoeken
|
Opties
|
Gemarkeerd
|
Help
|
Nederlands
Cebuano
Dansk
Deutsch
English
Español
Suomi
Français
Magyar
Bahasa Indonesia
Italiano
日本語
한국어
Nederlands
Norsk
Português
Svenska
Tagalog
ภาษาไทย
Faka-Tonga
繁體中文
LDS.org
►
Evangeliebiliotheek
►
De Schriften
►
De Parel van Grote Waarde
►
Mozes
►
4
Zoeken op:
Zoeken
Verberg voetnoten
Afdrukken
< Vorige
Volgende >
SELECTIE UIT HET BOEK MOZES
HOOFDSTUK 4
(Juni–oktober 1830)
19 En Ik, de Here God, zeide tot de vrouw: Wat is dit dat gij hebt gedaan? En de vrouw zeide: De slang heeft mij
a
misleid
, en ik heb gegeten.
Voetnoten
19
a
Gen. 3:13.
Mos. 16:3
.
3 Want zij zijn
a
vleselijk
en duivels, en de
b
duivel
heeft macht over hen; ja, die oude slang die onze eerste ouders
c
verleidde
, hetgeen de oorzaak was van hun
d
val
; hetgeen er de oorzaak van was dat het gehele mensdom vleselijk, zinnelijk en duivels werd, het kwade van het goede kon
e
onderscheiden
en zich aan de duivel onderwierp.
De officiële Schriften van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen
© 2010 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.
Informatie over rechten en gebruik
.
Privacybeleid
.
< Vorige
Volgende >