De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
SELECTIE UIT HET BOEK MOZES
HOOFDSTUK 4
(Juni–oktober 1830)
  19 En Ik, de Here God, zeide tot de vrouw: Wat is dit dat gij hebt gedaan? En de vrouw zeide: De slang heeft mij amisleid, en ik heb gegeten.

Voetnoten
19a
Gen. 3:13.
Mos. 16:3.
  3 Want zij zijn avleselijk en duivels, en de bduivel heeft macht over hen; ja, die oude slang die onze eerste ouders cverleidde, hetgeen de oorzaak was van hun dval; hetgeen er de oorzaak van was dat het gehele mensdom vleselijk, zinnelijk en duivels werd, het kwade van het goede kon eonderscheiden en zich aan de duivel onderwierp.