De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
SELECTIE UIT HET BOEK MOZES
HOOFDSTUK 4
(Juni–oktober 1830)
  11 want God weet dat ten dage dat gij daarvan eet, uw aogen geopend zullen worden en gij als goden zult zijn, bkennende goed en kwaad.

Voetnoten
11a
Gen. 3:3–6.
Moz. 5:10.
  10 En te dien dage prees Adam God en werd avervuld, en begon te bprofeteren aangaande alle geslachten der aarde, zeggende: Geprezen zij de naam van God, want wegens mijn overtreding zijn mijn ogen opengegaan, en in dit leven zal ik cvreugde hebben, en wederom in het dvlees zal ik God zien.
b
Alma 12:31.
  31 Daarom gaf Hij de mensen ageboden, daar zij eerst de beerste geboden met betrekking tot het stoffelijke hadden overtreden en als goden waren geworden, doordat zij het onderscheid ckenden tussen goed en kwaad, en zichzelf in een toestand hadden gebracht om te dhandelen, ofwel in een toestand waren gebracht om te handelen naar hun eigen wil en welbehagen, hetzij om goed, hetzij om kwaad te doen —