De Schriften
Studiemiddelen
|
Zoeken
|
Opties
|
Gemarkeerd
|
Help
|
Nederlands
Cebuano
Dansk
Deutsch
English
Español
Suomi
Français
Magyar
Bahasa Indonesia
Italiano
日本語
한국어
Nederlands
Norsk
Português
Svenska
Tagalog
ภาษาไทย
Faka-Tonga
繁體中文
LDS.org
►
Evangeliebiliotheek
►
De Schriften
►
De Parel van Grote Waarde
►
Mozes
►
4
Zoeken op:
Zoeken
Verberg voetnoten
Afdrukken
< Vorige
Volgende >
SELECTIE UIT HET BOEK MOZES
HOOFDSTUK 4
(Juni–oktober 1830)
11 want God weet dat ten dage dat gij daarvan eet, uw
a
ogen
geopend zullen worden en gij als goden zult zijn,
b
kennende
goed en kwaad.
Voetnoten
11
a
Gen. 3:3–6.
Moz. 5:10
.
10 En te dien dage prees Adam God en werd
a
vervuld
, en begon te
b
profeteren
aangaande alle geslachten der aarde, zeggende: Geprezen zij de naam van God, want wegens mijn overtreding zijn mijn ogen opengegaan, en in dit leven zal ik
c
vreugde
hebben, en wederom in het
d
vlees
zal ik God zien.
b
Alma 12:31
.
31 Daarom gaf Hij de mensen
a
geboden
, daar zij eerst de
b
eerste
geboden met betrekking tot het stoffelijke hadden overtreden en als goden waren geworden, doordat zij het onderscheid
c
kenden
tussen goed en kwaad, en zichzelf in een toestand hadden gebracht om te
d
handelen
, ofwel in een toestand waren gebracht om te handelen naar hun eigen wil en welbehagen, hetzij om goed, hetzij om kwaad te doen —
De officiële Schriften van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen
© 2010 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.
Informatie over rechten en gebruik
.
Privacybeleid
.
< Vorige
Volgende >