De Schriften
Studiemiddelen
|
Zoeken
|
Opties
|
Gemarkeerd
|
Help
|
Nederlands
Cebuano
Dansk
Deutsch
English
Español
Suomi
Français
Magyar
Bahasa Indonesia
Italiano
日本語
한국어
Nederlands
Norsk
Português
Svenska
Tagalog
ภาษาไทย
Faka-Tonga
繁體中文
LDS.org
►
Evangeliebiliotheek
►
De Schriften
►
De Parel van Grote Waarde
►
Mozes
►
2
Zoeken op:
Zoeken
Verberg voetnoten
Afdrukken
< Vorige
SELECTIE UIT HET BOEK MOZES
HOOFDSTUK 2
(Juni–oktober 1830)
31 En Ik, God, zag alles wat Ik gemaakt had, en zie, alle dingen die Ik gemaakt had, waren zeer
a
goed
; en de avond en de morgen waren de
b
zesde
dag.
Voetnoten
31
a
Gen. 1:31.
LV 59:16–20
.
16 voorwaar, Ik zeg dat voor zoverre gij dat doet, de volheid der aarde de uwe is, de dieren van het veld en de vogels van de lucht en hetgeen in de bomen klimt en op de aarde loopt;
b
Ex. 20:11.
Abr. 4:31
.
31 En de Goden zeiden: Wij zullen alles doen wat Wij hebben gezegd en ze organiseren; en zie, zij zullen zeer gehoorzaam zijn. En het geschiedde dat het van de avond tot de morgen was dat Zij nacht noemden; en het geschiedde dat het van de morgen tot de avond was dat Zij dag noemden; en Zij telden de
a
zesde
periode.
De officiële Schriften van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen
© 2010 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.
Informatie over rechten en gebruik
.
Privacybeleid
.
< Vorige