De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
SELECTIE UIT HET BOEK MOZES
HOOFDSTUK 2
(Juni–oktober 1830)
  26 En Ik, God, zeide tot mijn aEniggeborene, die bij Mij was vanaf het begin: Laat Ons de mens bmaken naar ons cbeeld, naar onze gelijkenis; en het was alzo. En Ik, God, zeide: Laat hen dheerschappij hebben over de vissen van de zee en over de vogels van de lucht en over het vee en over de gehele aarde en over ieder kruipend wezen dat op de aarde kruipt.

Voetnoten
26a
b
c
Gen. 1:26–27.
Moz. 6:8–10.
  8 Welnu, Adam sprak deze profetie uit zoals hij gedreven werd door de aHeilige Geest, en er werd een bgeslachtsregister van de ckinderen Gods bijgehouden. En dit was het dboek van de geslachten van Adam, vermeldende: Ten dage dat God de mens schiep, maakte Hij hem naar de gelijkenis van God;
Abr. 4:26–27.
  26 En de Goden aberaadslaagden met elkaar en zeiden: Laten Wij naar beneden gaan en de mens bvormen naar ons cbeeld, naar onze gelijkenis; en Wij zullen hun heerschappij geven over de vissen van de zee en over de vogels van de lucht en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipende dat op de aarde kruipt.
d
Gen. 1:28.
Moz. 5:1.
  1 En het geschiedde nadat Ik, de Here God, hen verdreven had, dat Adam de aardbodem begon te bebouwen, en aheerschappij te hebben over alle dieren van het veld, en zijn brood te eten in het zweet zijns aanschijns, zoals Ik, de Heer, hem had geboden. En ook Eva, zijn vrouw, arbeidde met hem.
Abr. 4:28.
  28 En de Goden zeiden: Wij zullen hen zegenen. En de Goden zeiden: Wij zullen hen vruchtbaar doen zijn en zich doen vermenigvuldigen en de aarde doen vervullen en haar doen onderwerpen en hen heerschappij doen hebben over de vissen van de zee en over de vogels van de lucht en over al het levende dat zich op de aarde beweegt.