De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
SELECTIE UIT HET BOEK MOZES
HOOFDSTUK 1
(Juni 1830)
  6 En Ik heb een werk voor u, Mozes, mijn zoon; en gij zijt naar de agelijkenis van mijn bEniggeborene; en mijn Eniggeborene is en zal zijn de cHeiland, want Hij is vol dgenade en ewaarheid; maar buiten Mij is er fgeen God, en alle dingen zijn aanwezig bij Mij, want Ik gken ze alle.

Voetnoten
6a
Gen. 1:26.
Ether 3:14–15.
  14 Zie, Ik ben het die vanaf de grondlegging der wereld is bereid om mijn volk te averlossen. Zie, Ik ben Jezus Christus. Ik ben de bVader en de Zoon. In Mij zal het gehele mensdom cleven hebben, en wel voor eeuwig, ja, zij die in mijn naam geloven; en zij zullen mijn dzonen en mijn dochters worden.
Moz. 1:13–16.
  13 En het geschiedde dat Mozes Satan aanschouwde en zeide: Wie zijt gij? Want zie, ik ben een azoon van God, naar de gelijkenis van zijn Eniggeborene; en waar is uw heerlijkheid, dat ik u zou moeten aanbidden?
b
c
d
Joh. 1:14, 17.
Alma 13:9.
  9 aldus worden zij ahogepriesters voor eeuwig, naar de orde van de Zoon, de Eniggeborene des Vaders, die zonder begin van dagen of einde van jaren is, die vol bgenade, billijkheid en waarheid is. En zo is het. Amen.
e
Moz. 5:7.
  7 En toen sprak de engel, zeggende: Dit is een azinnebeeld van het boffer van de Eniggeborene des Vaders, die vol cgenade en waarheid is.
f
1 Kon. 8:60.
Jes. 45:5–18, 21–22.
g
1 Ne. 9:6.
  6 Maar de Heer aweet alle dingen vanaf het begin; daarom bereidt Hij een weg om al zijn werken onder de mensenkinderen tot stand te brengen; want zie, Hij heeft alle bmacht tot het vervullen van al zijn woorden. En zo is het. Amen.
2 Ne. 9:20.
  20 O, hoe groot is de aheiligheid van onze God! Want Hij bweet alle dingen, en er is niets of Hij weet het.
Alma 18:32.
  32 En Ammon zeide: Jawel, en Hij ziet op alle mensenkinderen neer; en Hij kent alle agedachten en overleggingen van het hart, want door zijn hand zijn zij allen geschapen vanaf het begin.
LV 38:1–2.
  1 ALDUS zegt de Heer, uw God, ja, Jezus Christus, de Grote aIK BEN, de Alfa en de Omega, het bbegin en het einde, Hij die uitzag op de weidse uitgestrektheid van de eeuwigheid en alle serafijnse cheerscharen des hemels, deer de wereld was egemaakt;