De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
SELECTIE UIT HET BOEK MOZES
HOOFDSTUK 1
(Juni 1830)
  2 en hij azag God van baangezicht tot aangezicht en hij sprak met Hem, en de cheerlijkheid Gods rustte op Mozes; daarom kon Mozes zijn tegenwoordigheid dverdragen.

Voetnoten
2a
Ex. 3:6.
Ex. 33:11.
Joh. 1:18.
Joh. 6:46.
Ether 3:6–16.
  6 En zie, het geschiedde, toen de broeder van Jared deze woorden had gezegd, dat de aHeer zijn hand uitstrekte en de stenen één voor één met zijn vinger aanraakte. En de bsluier werd van de ogen van de broeder van Jared weggenomen, en hij zag de vinger des Heren; en die was als de vinger van een mens, als vlees en bloed; en de broeder van Jared viel voor de Heer neer, want hij was door vrees bevangen.
Moz. 1:11.
  11 Maar nu hebben mijn eigen ogen aGod gezien; echter niet mijn bnatuurlijke, maar mijn geestelijke ogen, want mijn natuurlijke ogen hadden Hem niet kunnen zien; want ik zou cverdord en dgestorven zijn in zijn tegenwoordigheid; maar zijn heerlijkheid rustte op mij; en ik zag zijn egelaat, want ik was van gedaante fveranderd voor zijn aangezicht.
BJS, Ex. 33:20, 23.
b
Num. 12:6–8.
Deut. 34:10.
LV 17:1.
  1 ZIE, Ik zeg u dat u moet vertrouwen op mijn woord, en indien u dat doet met een volmaakt voornemen des harten, zult u de aplaten bzien, en ook de borstplaat, het czwaard van Laban, de dUrim en Tummim, die aan de ebroeder van Jared werden gegeven op de berg, toen hij van faangezicht tot aangezicht met de Heer sprak, en de gwonderbaarlijke wegwijzers die aan Lehi werden gegeven toen hij in de wildernis was in de kuststreek van de hRode Zee.
c
Deut. 5:24.
Moz. 1:13–14, 25.
  13 En het geschiedde dat Mozes Satan aanschouwde en zeide: Wie zijt gij? Want zie, ik ben een azoon van God, naar de gelijkenis van zijn Eniggeborene; en waar is uw heerlijkheid, dat ik u zou moeten aanbidden?
d