De Schriften
Studiemiddelen
|
Zoeken
|
Opties
|
Gemarkeerd
|
Help
|
Nederlands
Cebuano
Dansk
Deutsch
English
Español
Suomi
Français
Magyar
Bahasa Indonesia
Italiano
日本語
한국어
Nederlands
Norsk
Português
Svenska
Tagalog
ภาษาไทย
Faka-Tonga
繁體中文
LDS.org
►
Evangeliebiliotheek
►
De Schriften
►
De Parel van Grote Waarde
►
Mozes
►
1
Zoeken op:
Zoeken
Verberg voetnoten
Afdrukken
< Vorige
Volgende >
SELECTIE UIT HET BOEK MOZES
HOOFDSTUK 1
(Juni 1830)
2 en hij
a
zag
God van
b
aangezicht
tot aangezicht en hij sprak met Hem, en de
c
heerlijkheid
Gods rustte op Mozes; daarom kon Mozes zijn tegenwoordigheid
d
verdragen
.
Voetnoten
2
a
Ex. 3:6.
Ex. 33:11.
Joh. 1:18.
Joh. 6:46.
Ether 3:6–16
.
6 En zie, het geschiedde, toen de broeder van Jared deze woorden had gezegd, dat de
a
Heer
zijn hand uitstrekte en de stenen één voor één met zijn vinger aanraakte. En de
b
sluier
werd van de ogen van de broeder van Jared weggenomen, en hij zag de vinger des Heren; en die was als de vinger van een mens, als vlees en bloed; en de broeder van Jared viel voor de Heer neer, want hij was door vrees bevangen.
Moz. 1:11
.
11 Maar nu hebben mijn eigen ogen
a
God
gezien; echter niet mijn
b
natuurlijke
, maar mijn geestelijke ogen, want mijn natuurlijke ogen hadden Hem niet kunnen zien; want ik zou
c
verdord
en
d
gestorven
zijn in zijn tegenwoordigheid; maar zijn heerlijkheid rustte op mij; en ik zag zijn
e
gelaat
, want ik was van gedaante
f
veranderd
voor zijn aangezicht.
BJS
, Ex. 33:20, 23.
b
Num. 12:6–8.
Deut. 34:10.
LV 17:1
.
1 ZIE, Ik zeg u dat u moet vertrouwen op mijn woord, en indien u dat doet met een volmaakt voornemen des harten, zult u de
a
platen
b
zien
, en ook de borstplaat, het
c
zwaard
van Laban, de
d
Urim
en Tummim, die aan de
e
broeder
van Jared werden gegeven op de berg, toen hij van
f
aangezicht
tot aangezicht met de Heer sprak, en de
g
wonderbaarlijke
wegwijzers die aan Lehi werden gegeven toen hij in de wildernis was in de kuststreek van de
h
Rode
Zee.
c
Deut. 5:24.
Moz. 1:13–14, 25
.
13 En het geschiedde dat Mozes Satan aanschouwde en zeide: Wie zijt gij? Want zie, ik ben een
a
zoon
van God, naar de gelijkenis van zijn Eniggeborene; en waar is uw heerlijkheid, dat ik u zou moeten aanbidden?
GS
Heerlijkheid
.
d
GS
Gedaanteverandering
.
De officiële Schriften van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen
© 2010 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.
Informatie over rechten en gebruik
.
Privacybeleid
.
< Vorige
Volgende >