SELECTIE UIT HET BOEK MOZES
HOOFDSTUK 1
(Juni 1830)
11
Maar nu hebben mijn eigen ogen aGod gezien; echter niet mijn bnatuurlijke, maar mijn geestelijke ogen, want mijn natuurlijke ogen hadden Hem niet kunnen zien; want ik zou cverdord en zijn in zijn tegenwoordigheid; maar zijn heerlijkheid rustte op mij; en ik zag zijn egelaat, want ik was van gedaante fveranderd voor zijn aangezicht.
Voetnoten
|