De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
SELECTIE UIT HET BOEK MOZES
HOOFDSTUK 1
(Juni 1830)
  11 Maar nu hebben mijn eigen ogen aGod gezien; echter niet mijn bnatuurlijke, maar mijn geestelijke ogen, want mijn natuurlijke ogen hadden Hem niet kunnen zien; want ik zou cverdord en dgestorven zijn in zijn tegenwoordigheid; maar zijn heerlijkheid rustte op mij; en ik zag zijn egelaat, want ik was van gedaante fveranderd voor zijn aangezicht.

Voetnoten
11a
b
Moz. 6:36.
  36 En hij zag de ageesten die God geschapen had; en hij zag ook dingen die niet zichtbaar waren voor het bnatuurlijke oog; en sindsdien ontstond alom het gezegde in het land: Een cziener heeft de Heer verwekt voor zijn volk.
LV 67:10–13.
  10 En voorts, voorwaar, Ik zeg u dat het uw voorrecht is, en een belofte die Ik geef aan u die tot deze bediening bent geordend, dat voor zoverre u zich van aafgunst en bvrees ontdoet, en zich voor Mij cverootmoedigt, want gij zijt niet voldoende ootmoedig, de dsluier doormidden zal worden gescheurd en u Mij zult ezien en zult weten dat Ik ben — niet met het vleselijke, noch het natuurlijke verstand, maar met het geestelijke.
c
Ex. 19:21.
d
Ex. 20:19.
e
Gen. 32:30.
Moz. 7:4.
  4 en ik zag de Heer; en Hij stond voor mijn aangezicht en Hij sprak met mij, zoals de ene mens met de andere spreekt, van aaangezicht tot aangezicht; en Hij zeide tot mij: bKijk, en Ik zal u de wereld tonen over een tijdsspanne van vele geslachten.
f
Matt. 17:1–8.