De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken     Volgende >
HET BOEK MORONI
HOOFDSTUK 7
  1 En nu schrijf ik, Moroni, enkele woorden op die mijn vader Mormon gesproken heeft over ageloof, hoop en naastenliefde; want aldus sprak hij tot de mensen toen hij hen onderwees in de synagoge, die zij als plaats van aanbidding hadden gebouwd.

Voetnoten
1a
1 Kor. 13:1–13.
Ether 12:3–22, 27–37.
  3 Want hij apredikte van de ochtend tot aan het ondergaan van de zon en spoorde het volk aan om in God te geloven tot bekering, opdat zij niet bvernietigd zouden worden, hun zeggende dat alle dingen door cgeloof worden vervuld —
Mro. 8:14.
  14 Zie, ik zeg u dat hij die denkt dat kleine kinderen de doop nodig hebben, zich in de gal van bitterheid en in de boeien der ongerechtigheid bevindt; want hij heeft ageloof, hoop noch naastenliefde; daarom moet hij, indien hij met die gedachte wordt weggerukt, afdalen naar de hel.
Mro. 10:20–23.
  20 Daarom moet er ageloof zijn; en indien er geloof moet zijn, moet er ook hoop zijn; en indien er hoop moet zijn, moet er ook naastenliefde zijn.