De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK MORMON
HOOFDSTUK 8
  38 O gij verontreinigden, gij huichelaars, gij leraren, die uzelf verkoopt voor hetgeen verderft, waarom hebt gij de heilige kerk van God verontreinigd? Waarom aschaamt gij u om de naam van Christus op u te nemen? Waarom acht gij de waarde van eindeloos geluk niet groter dan die bellende die nooit sterft? Wegens de clof der wereld?

Voetnoten
38a
Rom. 1:16.
2 Tim. 1:8.
1 Ne. 8:25–28.
  25 En toen zij van de vrucht van de boom hadden genomen, keken zij om zich heen alsof zij zich aschaamden.
Alma 46:21.
  21 En zie, het geschiedde, toen Moroni die woorden had verkondigd, dat het volk te hoop liep met hun harnas om hun lendenen gegord, en zij scheurden hun klederen ten teken, ofwel als een verbond, dat zij de Heer, hun God, niet zouden verlaten; of met andere woorden, dat als zij de geboden van God overtraden, of tot overtreding vervielen, en zich aschaamden om de naam van Christus op zich te nemen, de Heer hen uiteen zou scheuren zoals zij hun klederen hadden gescheurd.
b
Mos. 3:25.
  25 En indien zij kwaad zijn, worden zij overgeleverd aan een vreselijke abeschouwing van hun eigen schuld en gruwelen, wat hen doet terugdeinzen voor de tegenwoordigheid des Heren tot een staat van bellende en eindeloze kwelling, waaruit zij niet meer kunnen terugkeren; daarom hebben zij tot verdoemenis van hun eigen ziel gedronken.
c
1 Ne. 13:9.
  9 En ook voor de lof der wereld avernietigen zij de heiligen Gods en voeren hen in gevangenschap.