De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK MORMON
HOOFDSTUK 8
  26 En niemand hoeft te zeggen dat ze niet zullen komen, want dat zullen ze zeker wel, want de Heer heeft het gesproken; want ze zullen door de hand des Heren auit de aarde tevoorschijn komen, en niemand kan het tegenhouden; en het zal komen ten dage dat er zal worden gezegd dat bwonderen zijn weggedaan; en het zal komen alsof er iemand cuit de doden spreekt.

Voetnoten
26a
Jes. 29:4.
2 Ne. 33:13.
  13 En nu, mijn geliefde broeders, gij allen die van het huis Israëls zijt, en gij, alle einden der aarde, ik spreek tot u als de stem van iemand die aroept uit het stof: Vaarwel totdat die grote dag komt.
b
Mrm. 9:15–26.
  15 En nu, o gij allen die u een god hebt voorgesteld die ageen wonderen kan doen, ik wil u vragen, zijn al die dingen waarover ik heb gesproken voorbij? Is het einde reeds gekomen? Zie, ik zeg u, neen; en God is niet opgehouden een God van wonderen te zijn.
Mro. 7:27–29, 33–37.
  27 Welnu, mijn geliefde broeders, zijn awonderen opgehouden omdat Christus ten hemel is gevaren en Zich aan de rechterhand van God heeft gezet, om bij de Vader baanspraak te maken op zijn recht op barmhartigheid dat Hij jegens de mensenkinderen heeft?
c
2 Ne. 26:15–16.
  15 Wanneer mijn nageslacht en het nageslacht van mijn broeders in ongeloof verkommerd zullen zijn en door de andere volken zullen zijn geslagen; ja, wanneer de Here God Zich rondom tegen hen zal hebben gelegerd, en met een schans het beleg tegen hen zal hebben geslagen en vestingen tegen hen zal hebben opgeworpen; en wanneer zij diep in het stof zullen zijn neergeworpen, zodat zij zelfs niet bestaan, dan zullen toch de woorden der rechtvaardigen worden geschreven, en zullen de gebeden der getrouwen worden verhoord, en allen die in ongeloof zijn verkommerd, zullen niet worden vergeten.
Mrm. 9:30.
  30 Zie, ik spreek tot u alsof ik auit de doden spreek; want ik weet dat gij mijn woorden zult hebben.
Mro. 10:27.
  27 En ik spoor u aan deze dingen in gedachte te houden; want de tijd komt spoedig dat gij zult weten dat ik niet lieg, want gij zult mij zien voor het gerecht Gods; en de Here God zal tot u zeggen: Heb Ik u niet mijn awoorden verkondigd, die door deze man zijn geschreven zoals iemand die vanuit de doden broept, ja, zoals iemand die spreekt uit het cstof?