De Schriften
Studiemiddelen
|
Zoeken
|
Opties
|
Gemarkeerd
|
Help
|
Nederlands
Cebuano
Dansk
Deutsch
English
Español
Suomi
Français
Magyar
Bahasa Indonesia
Italiano
日本語
한국어
Nederlands
Norsk
Português
Svenska
Tagalog
ภาษาไทย
Faka-Tonga
繁體中文
LDS.org
►
Evangeliebiliotheek
►
De Schriften
►
Het Boek van Mormon
►
Mormon
►
8
Zoeken op:
Zoeken
Verberg voetnoten
Afdrukken
< Vorige
Volgende >
HET BOEK MORMON
HOOFDSTUK 8
19 Want zie, wie overijld
a
oordeelt
, zal ook zelf overijld geoordeeld worden; want naar zijn werken zal zijn loon zijn; daarom, hij die slaat, zal ook zelf door de Heer geslagen worden.
Voetnoten
19
a
BJS
, Matt. 7:1–2.
3 Ne. 14:1–2
.
1
En
nu geschiedde het, toen Jezus die woorden had gesproken, dat Hij Zich wederom tot de menigte wendde, en zijn mond andermaal tot hen opendeed, zeggende: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u,
a
oordeelt
niet, opdat gij niet geoordeeld wordt.
Mro. 7:14
.
14 Welnu, ziet toe, mijn geliefde broeders, dat gij hetgeen
a
slecht
is niet aan God toeschrijft, noch hetgeen goed is en van God, aan de duivel.
De officiële Schriften van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen
© 2010 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.
Informatie over rechten en gebruik
.
Privacybeleid
.
< Vorige
Volgende >