De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken     Volgende >
HET BOEK MORMON
HOOFDSTUK 6
  1 En nu voltooi ik mijn kroniek over de avernietiging van mijn volk, de Nephieten. En het geschiedde dat wij voor de Lamanieten uit opmarcheerden.

Voetnoten
1a
1 Ne. 12:19.
  19 En terwijl de engel deze woorden sprak, keek ik en zag dat het nageslacht van mijn broeders streed tegen mijn nageslacht, naar het woord van de engel; en wegens de hoogmoed van mijn nageslacht, en de averzoekingen van de duivel, zag ik dat het nageslacht van mijn broeders bhet volk van mijn nageslacht overweldigde.
Jarom 1:10.
  10 En het geschiedde dat de profeten des Heren het volk van Nephi volgens het woord Gods dreigden dat zij, indien zij de geboden niet onderhielden, maar tot overtreding vervielen, van het oppervlak van het land zouden worden aweggevaagd.
Alma 45:9–14.
  9 Doch zie, ik heb u iets te aprofeteren, maar wat ik u profeteer, zult gij niet bekendmaken; ja, wat ik u profeteer zal niet worden bekendgemaakt totdat de profetie is vervuld; schrijf daarom de woorden op die ik ga zeggen.
Hel. 13:5–11.
  5 En hij zeide tot hen: Zie, ik, Samuël, een Lamaniet, spreek de woorden des Heren, die Hij in mijn hart legt; en zie, Hij heeft het in mijn hart gelegd tot dit volk te zeggen dat het azwaard der gerechtigheid boven hun hoofd hangt; en er zullen geen vierhonderd jaar verstrijken alvorens het zwaard der gerechtigheid op dit volk valt.