De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK MORMON
HOOFDSTUK 5
  15 en tevens opdat de nakomelingen van adit volk meer geloof zullen hechten aan zijn evangelie, dat van de andere volken tot hen zal buitgaan; want dit volk zal worden cverstrooid en zal een donker, vuil en weerzinwekkend volk dworden, dat de beschrijving te boven gaat van alles wat ooit onder ons is geweest, ja, zelfs van alles wat onder de Lamanieten is geweest, en wel wegens hun ongeloof en afgoderij.

Voetnoten
15a
3 Ne. 21:3–7, 24–26.
  3 voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wanneer adie dingen hun door de Vader worden bekendgemaakt en uitgaan van de Vader, van hen tot u —
b
1 Ne. 13:20–29, 38.
  20 En het geschiedde dat ik, Nephi, zag dat zij voorspoedig waren in het land; en ik zag een aboek, en het werd onder hen verspreid.
Mrm. 7:8–9.
  8 Daarom, bekeert u en laat u dopen in de naam van Jezus, en grijpt het aevangelie van Christus aan dat u wordt voorgelegd, niet alleen in deze kroniek, maar ook in de bkroniek die cvan de Joden tot de andere volken en van de andere volken dtot u zal komen.
c
1 Ne. 10:12–14.
  12 Ja, mijn vader sprak veel over de andere volken, en ook over het huis Israëls, dat het zou worden vergeleken met een aolijfboom, waarvan de takken zouden worden afgebroken en bverstrooid over het gehele oppervlak der aarde.
3 Ne. 16:8.
  8 Maar, zegt de Vader, wee de ongelovigen onder de andere volken — want hoewel zij op het oppervlak van dit land zijn verschenen, hebben zij mijn volk, dat van het huis Israëls is, averstrooid; en mijn volk, dat van het huis Israëls is, is uit hun midden bgeworpen en door hen vertreden;
d
2 Ne. 26:33.
  33 Want geen van deze ongerechtigheden komt van de Heer; want Hij doet hetgeen goed is onder de mensenkinderen; en Hij doet niets, tenzij het de mensenkinderen duidelijk is; en Hij nodigt hen allen uit om tot Hem te komen en deel te hebben aan zijn goedheid; en Hij averwerpt niemand die tot Hem komt, zwarte en blanke, slaaf en vrije, man en vrouw; en Hij is de bheidenen indachtig; en callen zijn voor God gelijk, zowel de Joden als de andere volken.