De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige
HET BOEK MORMON
HOOFDSTUK 2
  29 En de Lamanieten gaven ons het noordelijke land, ja, tot aan de asmalle doorgang die naar het zuidelijke land voerde. En wij gaven de Lamanieten het gehele zuidelijke land.

Voetnoten
29a
Alma 22:32.
  32 En nu was het voor een Nephiet slechts de aafstand van anderhalve dagreis, langs de grenslijn tussen Overvloed en het land Woestenij, van de zee in het oosten naar de zee in het westen; en aldus waren het land Nephi en het land Zarahemla vrijwel door water omgeven, met een kleine blandengte tussen het noordelijke en het zuidelijke land.