De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
SELECTIES UIT DE BIJBELVERTALING VAN JOSEPH SMITH
1 Korintiërs 7:1–2, 5, 26, 29–33
BJS, (vergelijk 1 Korintiërs 7:1–2, 5, 26, 29–33)
(Paulus beantwoordde vragen over het huwelijk onder degenen die op zending waren geroepen.)
  1 Wat nu de dingen betreft waarover gij mij geschreven hebt, zeggende: Het is goed voor een man geen vrouw aan te raken.
  2 Nochtans zeg ik: Laat, teneinde ontucht te vermijden, iedere man zijn eigen vrouw hebben en laat iedere vrouw haar eigen man hebben.
  5 Onttrekt u niet aan elkander, tenzij met onderling goedvinden voor een bepaalde tijd, teneinde u over te geven aan vasten en gebed; en komt weder tezamen, opdat Satan u niet verzoekt wegens uw gebrek aan zelfbeheersing.
  26 Ik veronderstel dus dat dit zinnig is in de huidige nood, dat een man zo blijft, opdat hij meer goed zal kunnen doen.
  29 Maar ik spreek tot u die tot de bediening geroepen zijt. Want dit zeg ik, broeders, de tijd die rest is slechts kort eer gij tot de bediening wordt uitgezonden. Ja, zij die een vrouw hebben, zullen zijn alsof zij er geen hadden; want gij zijt geroepen en gekozen om des Heren werk te doen.
  30 En het zal zijn met hen die wenen alsof zij niet weenden; en met hen die zich verheugen alsof zij zich niet verheugden en met hen die kopen alsof zij niet bezaten;
  31 en met hen die deze wereld gebruiken alsof zij haar niet gebruiken; want de uiterlijkheden van deze wereld gaan voorbij.
  32 Maar ik zou willen, broeders, dat gij uw roeping grootmaakt. Ik wil dat gij zonder zorgen zijt. Want wie ongehuwd is, zorgt voor de dingen die de Heer toebehoren, hoe hij de Heer kan behagen; daarom overwint hij.
  33 Maar wie gehuwd is, zorgt voor de dingen die van de wereld zijn, hoe hij zijn vrouw kan behagen; daarom is er verschil, want hij wordt belemmerd.